Direct naar artikelinhoud

Woke-links speelt al jaren op de man, de witte, heteroseksuele man

Voorheen wond ik me nogal eens op over ‘woke’. Tegenwoordig is die term volledig gekaapt door rechtse politici, opiniemakers en techmiljardairs die ik liever niet van munitie voorzie. Maar soms volstaat zwijgen niet.

Ik ben altijd links geweest, de strijd tegen discriminatie en racisme en vóór gelijkwaardigheid is me met de paplepel ingegoten. Maar de laatste vijftien jaar werd een variant op anti-discriminatoir activisme populair die geïnspireerd is door Amerikaanse interpretaties van het postmodernisme. We maakten kennis met intersectionaliteit, met een wildgroei aan Diversiteit & Inclusie-cursussen, er kwamen taalgidsen voor correct woordgebruik, de wetenschap moest ‘gedekoloniseerd’ en het biologisch onderscheid tussen man en vrouw bleek slechts een cultureel construct.

Wie daar ook maar de lichtste kritiek op uitte, ook binnen het eigen linkse kamp, werd weggezet als conservatief, misogyn, homofoob of transfoob. Alle linkse neuzen moesten dezelfde kant op. Wie progressief was conformeerde zich – anders ging je kop eraf.

Artikel 1 van de Grondwet verdedigen? Bah, woke

Het was fantastisch framing-materiaal voor rechtse commentatoren en politici. Voortaan noemden ze alles wat ook maar naar links of progressief zweemde, ‘woke’. Klimaatactivisme? Woke. Protesten tegen genocide? Woke. Het aloude feminisme? Ja hoor, ook woke. Artikel 1 van de Grondwet verdedigen? Bah, woke.

Rechts kon met het grootste gemak het frame neerzetten dat die wokies op onze vrijheden uit waren en dat ze al onze tradities, normen en waarden wilden slopen (terwijl rechtse politici zelf pogingen doen het demonstratierecht in te perken, journalisten te demoniseren, de grondwet te negeren en onze eeuwenoude migratietraditie te ontkennen).

Rechts wint daarmee al vijftien jaar de verkiezingen.

Braafste jongetje van de klas

Vorige maand las ik in De Groene Amsterdammer een stuk van Marthe van Bronkhorst en Savriël Dillingh: ‘Zes ‘rechtse’ tactieken voor links’. Met de portee van hun betoog ben ik het goeddeels eens: in een politiek speelveld waarin steeds meer partijen de regels van het redelijke, beschaafde debat aan hun laars lappen, kan links niet langer het braafste jongetje van de klas spelen. Dus roepen de auteurs linkse partijen op vuiler te werk te gaan, door onder meer agressief te agenderen, drogredeneringen te gebruiken en op de man te spelen.

Frappant, want woke-links speelt al jarenlang op de man, de witte, heteroseksuele, cis-gender man bijvoorbeeld. Linkse activisten vallen al jarenlang op de vuilste manieren critici aan, zelfs kritische medestanders.

Als links ooit weer verkiezingen wil winnen, volstaat het niet rechtse tactieken te kopiëren. Laat vooral eens zien dat links geen starre, onvrije ideologie is, die mensen alles af wil nemen wat ze dierbaar is. Ga de discussie aan, omarm vrijheid en kritiek. Anders kun je nóg zoveel rechts-populistische tactieken overnemen — je blijft verliezen. Dan raakt een gelijkwaardige, rechtvaardige samenleving steeds verder uit het zicht.

Help ons door uw ervaring te delen: